Basboot


In 1998 kochten Charlotte en Yanne de Gauthier aan, een binnenschip ingericht als woonschip dat we vonden in Brugge en omdoopten tot 'Basboot'. Aan boord van dit Nederlands vrachtscheepje uit 1915 gaan de percussiecursussen en de meeste workshops van BAS door. Sporadisch zijn er activiteiten met de Basboot in het oude centrum van Gent of op een andere locatie. In de zomermaanden varen schipper Charlotte en scheepsmaat Yanne rond in België en het noorden van Frankrijk.
BAS is lid van Vlaamse Woonschepen vzw

 

Documentatiecentrum

Cursisten van BAS kunnen een beroep doen op ons documentatiecentrum in de roef van de Basboot. Je kan er muziek beluisteren of literatuur raadplegen en je kan er boeken en CD's lenen.

  • Boeken: Afrikaanse landen, Afrikaanse cultuur, Afrikaanse geschiedenis, Afrikaanse kunst, Afrikaanse muziek, djembé, percussie wereldwijd, Afro-Amerikaanse muziek, antropologie, zwarte bewustzijnsbeweging, politiek in Afrika, romans, verhalenbundels en scheepvaart.
  • Tijdschriften: National Geographic (vanaf juli 2001), De Wereld Morgen (van sept. 1993 tot en met 2002), Mondiaal Magazine (vanaf maart 2003), Internationale Samenwerking (vanaf jan. 2003), Slagwerkkrant, Mixed-Beyond.
  • CD’s: wereldmuziek, percussiemuziek, Afrikaanse muziek, West-Afrikaanse muziek, djembémuziek, Afro-Amerikaanse muziek, Caraïbische muziek en Braziliaanse muziek.

 

Het schip

Het schip werd gebouwd op de scheepswerf Caeser & Lieuwestein in Hardinxveld, Nederland. Het is te water gelaten in 1915. De naam van het model is 'luxemotor', zo genoemd omdat het het eerste model van kleine binnenschepen is, dat uitsluitend met motor werd uitgerust en niet meer met zeilen. Schippers hebben het ook wel over een 'klein moteurke'. Het is een platbodem (dus een schip zonder kiel) met een vrij spitse boeg en een 'hennegat', ook wel enigszins suggestief 'geveegde kont' genoemd. Van opzij gezien heeft de Basboot een mooie 'zeeg', d.w.z. dat zijn kop en kont hoger liggen dan het middenstuk. Het ruim werd aanvankelijk afgedekt met zogenaamde Friese luiken, dit zijn houten luiken die rusten op een middenboom. De Basboot meet 22.5 bij 4.3 meter en heeft een tonnenmaat van 69 ton. Hij heeft een ledige diepgang van 53 cm, maar momenteel ligt hij, met zijn ballast en wooninrichting, zo'n 80 cm onder de waterlijn. Bij aankoop was het schip uitgerust met een Engelse zescylinder Perkinsmotor met een cylinderinhoud van 6700 cc en een vermogen van 110 PK bij 1800 toeren per minuut.

Waarschijnlijk werd het schip oorspronkelijk gebruikt voor turftransport op de Nederlandse meren. Men spreekt in dit verband ook wel van beurtschepen omdat zij voortdurend het zelfde korte traject aflegden en de lading op hun beurt overbrachten op een volgend beurtschip. De eerste naam van het schip luidde 'Adriana'. Zijn eerste meetbrief werd in 1915 geregistreerd in Dordrecht. In 1943 registreerde men het schip te Rotterdam en veranderde men de naam in de kenspreuk 'Dwaallik wacht u' (archaïsch voor 'Let maar op, dwaallicht'; dwaallichten waren, zeker in die tijd, grote vijanden van schippers die 's nachts vaarden). In 1962 werd het schip onder hetzelfde devies in Amsterdam te boek gesteld, waar het in 1970 werd omgedoopt tot 'Cathy'. De laatste vracht die het schip vervoerde, was oud ijzer. De vorige eigenaar kocht het schip aan in 1987, liet het registreren in Gent en noemde het 'Gauthier'. Hij bouwde het schip om tot woonschip. Een tijdlang baatte hij het uit als drijvend hoerenkot.

Geschiedenis

Kort na de aankoop leerde Charlotte varen van twee bevriende Nederlanders en haalde zij haar vaarbrevet van achtereenvolgens Pleziervaart, Beroepsvaart en Passagiersvaart. Van Albert, een gepensioneerde scheepsdieselmechanicien, leerde Yanne de knepen van het motoronderhoud. Op die manier waren we niet gebonden aan onze ligplek aan de Elyzeese Velden. Rond de eeuwwisseling was de Basboot telkens aanwezig op de Gentse Feesten waar we aan de St.Jorisbrug concerten organiseerden met de BASband, de Olievanten, Sanban Seny Touré e.a. Reeds in 1999 vaarden we met de BASband naar Antwerpen waar we Mosselrace in het Willemdok opvrolijkten.

De eerste jaren vaarden we elke zomer rond in België: de Schelde, de Leie, het Centrumkanaal, de Samber, de Maas, de Kempische kanalen, het Netekanaal, de Rupel, de Brugse Vaart en de Westhoek. Omdat we de ene pech na de andere hadden, deden we veel ervaring op. Midden op de Schelde viel onze oude motor uit, waarna we naar Gent gesleept werden door een Engelse binnenschipper. Op de Samber werden we midden in de nacht uit onze slaap gewekt door een aanvaring van een 1500-tonner. En op het kanaal van Schoten ramden we ei zo na een ophaalbrug toen onze motor het finaal begaf. Gelukkig redde een snelle actie met het anker de boot èn de brug. De averij van de ramp op de Samber werd in 2001 hersteld in de Scheepswerf van Zelzate waarna we de oude, verroeste roef vervingen door de huidige met een hoger dak. In 2002 kochten we een dieselmotor uit 1980, een zescilinder Ford 2713E met een inhoud van 7 liter en een vermogen van 100 Pk bij 2500 toeren.

Daarna hadden we de smaak te pakken met reizen naar het noorden van Frankrijk: het Canal de St. Quentin, de Aisne, het Canal des Ardennes, het Canal du Nord, de Oise, de Seine en de Marne. In 2005 lagen we in Parijs tussen de Pont de la Concorde en de Pont Alexandre III. We organiseerden een djembe-cruise, twee stageweken in Voncq, een onooglijk dorpje aan een verlaten kanaaltje in de Franse Ardennen, en twee stageweken in Laifour, een dorpje aan de oever van de Franse Maas. In 2007 ging het schip weer op het droge in Pont-de-Loup aan de Samber waar er gelast werd aan het vlak en waar de schroefas werd vervangen.